ECLI:NL:RVS:2022:2575
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inreisverbod na opheffing besluit
Bij besluit van 27 augustus 2021 vaardigde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 23 december 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op 8 februari 2022 heeft de staatssecretaris het inreisverbod opgeheven. De vreemdeling handhaafde haar hoger beroep en stelde dat zij nog procesbelang had, onder meer voor vergoeding van proceskosten. De Afdeling oordeelde echter dat met de opheffing van het inreisverbod het doel van de procedure was bereikt, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
De Afdeling overwoog voorts dat de staatssecretaris door het besluit van 8 februari 2022 alsnog tegemoet is gekomen aan het verzoek van de vreemdeling om opheffing van het inreisverbod, en daarom veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.