ECLI:NL:RVS:2022:1952
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling heeft belang bij inhoudelijke behandeling bezwaar tegen feitelijke overdracht aan Frankrijk
De vreemdeling maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen feitelijke overdracht aan Frankrijk op 8 september 2020. De staatssecretaris verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van de vreemdeling bij een inhoudelijke behandeling van het bezwaar niet erkende, met name omdat de vreemdeling proceskostenvergoeding had verzocht. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en de eerdere uitspraak en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak besloot vervolgens zelf over de zaak, omdat de uitkomst niet anders zou zijn bij hernieuwde beoordeling. De vreemdeling voerde aan dat de overdracht in strijd was met het EVRM vanwege het coronavirus in de regio Toulouse, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Ook het betoog over onvoldoende opvang in Frankrijk en de noodzaak van OM-akkoord faalden wegens gebrek aan nieuwe feiten en bewijs.
Het bezwaar werd uiteindelijk ongegrond verklaard, maar de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.277,00. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de feitelijke overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard, maar de proceskosten worden vergoed.