ECLI:NL:RVS:2024:4648
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling loopt geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer uit het Westen naar Afghanistan
De zaak betreft een Afghaanse vreemdeling die in 2022 asiel aanvroeg in Nederland vanwege bedreigingen door de Taliban, mede omdat zijn vader werkte voor een bedrijf dat brandstof leverde aan NAVO-landen. De staatssecretaris wees de aanvraag in 2023 af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat onvoldoende informatie bestond over de risico's voor uit het Westen teruggekeerde Afghanen.
De minister stelde hoger beroep in en betoogde dat verblijf in het Westen op zichzelf geen reëel risico op ernstige schade oplevert, en dat de vreemdeling onvoldoende individuele omstandigheden had aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste uitgebreid aan de hand van openbare bronnen, waaronder ambtsberichten en rapporten van de UNHCR en EUAA.
De Afdeling concludeerde dat hoewel terugkeerders uit het Westen in negatieve belangstelling kunnen staan, dit niet leidt tot een systematisch risico op ernstige onmenselijke behandeling. Het risico hangt af van individuele factoren en het profiel van de persoon. De minister mocht het beroep van de vreemdeling op individuele gronden onvoldoende aannemelijk achten. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.