ECLI:NL:RVS:2024:4243
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Raad van State uitspraak over inpassingsplan aanleg 380 kV-verbinding Zuid-West Oost
Bij besluit van 12 juli 2022 hebben de ministers het inpassingsplan 'Zuid-West 380 kV Oost' vastgesteld voor de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg. Het tracé loopt via diverse gemeenten en is onderdeel van een nieuw 78 km lang hoogspanningsnet. Tegen dit besluit en een wijzigingsbesluit van 4 april 2024 zijn talrijke beroepen ingesteld door bedrijven en burgers.
De Raad van State beoordeelt onder meer de ontvankelijkheid van beroepen, de zorgvuldigheid van de participatie, nut en noodzaak van de verbinding, de naleving van ruimtelijke ordeningsregels, de wijze van bestemmen, de tracékeuze, en de effecten op gezondheid, externe veiligheid en bedrijfsbelangen. De Afdeling bestuurt niet over de ruimtelijke ordening zelf, maar toetst aan het recht en de motivering.
De ministers hebben de belangen afgewogen en het tracé vastgesteld met flexibiliteit in mastlocaties en met technische en landschappelijke overwegingen. De Afdeling oordeelt dat de meeste beroepen ongegrond zijn omdat de ministers voldoende hebben gemotiveerd en de procedures correct zijn gevolgd. Wel is geoordeeld dat de belangen van de betonmortelcentrale onvoldoende zijn meegewogen, waardoor het plan op dat punt niet zorgvuldig is voorbereid.
De Afdeling wijst het plan niet in zijn geheel af, maar constateert een motiveringsgebrek ten aanzien van de effecten op de betonmortelcentrale, waardoor het plan in zoverre niet kan worden gehandhaafd. Andere bezwaren, waaronder over ondergrondse aanleg, tracékeuze en participatie, worden verworpen. De Afdeling bevestigt dat het plan onder de oude Wro en Crisis- en herstelwet valt vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De uitspraak bevat een gedetailleerde beoordeling van de beroepsgronden per onderwerp, waarbij technische, ruimtelijke en milieurechtelijke aspecten worden betrokken. Het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan wordt daarmee deels bekrachtigd en deels vernietigd, met het oog op de zorgvuldigheid en belangenafweging.
Uitkomst: Het inpassingsplan wordt grotendeels bekrachtigd, maar vernietigd voor zover het de belangen van de betonmortelcentrale betreft wegens onvoldoende motivering.