ECLI:NL:RVS:2025:6355
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Besselink
- P.H.A. Knol
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor aanleg hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg
Het college van Moerdijk, Halderberge en Loon op Zand verleende omgevingsvergunningen aan TenneT voor de bouw van hoogspanningsmasten en tijdelijke werkterreinen ten behoeve van de 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg. De betonmortelcentrale en andere appellanten stelden beroep in tegen deze besluiten. De vergunningen zijn gebaseerd op het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost" dat eerder door de Afdeling deels was vernietigd maar inmiddels onherroepelijk is geworden.
De betonmortelcentrale liet haar beroepsgronden onbesproken na de uitspraak over het herstelbesluit. [Appellant sub 2] en anderen voerden aan dat de vergunning voor het tijdelijke werkterrein in strijd is met de goede ruimtelijke ordening, dat de duur van 10 jaar onterecht is, en dat het agrarisch gebruik onrechtvaardig wordt beperkt. Ook werd gesteld dat de natuurwaarden onevenredig worden aangetast.
De Afdeling oordeelde dat het college van Loon op Zand moest uitgaan van de aangevraagde locatie en dat de vergunningverlening binnen de wettelijke kaders viel. De duur van 10 jaar is toegestaan om onvoorziene uitloop te voorkomen. Het tijdelijke gebruik raakt slechts een klein deel van de percelen, waardoor de agrarische bedrijfsvoering niet ernstig wordt belemmerd. De natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast, mede omdat het werkterrein tijdelijk is en natuurontwikkeling na afronding mogelijk blijft.
De beroepen zijn ongegrond verklaard en de colleges hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunningen voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding zijn ongegrond verklaard.