ECLI:NL:RVS:2024:1534
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende studievoortgang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 mei 2021 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een Saoedi-Arabische student geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. De onderwijsinstelling had de student per 1 september 2020 afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op grond van onvoldoende studievoortgang.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de staatssecretaris verklaarde deze ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 17 april 2023. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de beoordeling van voldoende studievoortgang plaatsvindt op het moment van het afmeldingsbesluit van de onderwijsinstelling, conform de Gedragscode internationale student hoger onderwijs. Latere feiten kunnen slechts worden meegewogen als zij concreet terugzien op de relevante periode. De staatssecretaris heeft terecht geen aanleiding gezien af te zien van de intrekking.
Verder is het aan de onderwijsinstelling en niet aan de staatssecretaris om persoonlijke omstandigheden te beoordelen die studievoortgang beïnvloeden. De vreemdeling heeft niet via de daarvoor bestemde procedures bezwaar gemaakt tegen het oordeel van de onderwijsinstelling. De Afdeling ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen over de uitleg van de Studierichtlijn.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende studievoortgang bevestigd.