ECLI:NL:RVS:2024:1011
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit paardrijdbak en paardenhouderij in woonbestemming Drechterland
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland legde bij besluiten van 25 juni 2018 en 30 maart 2021 een last onder dwangsom op aan appellant sub 1 om een paardrijdbak te verwijderen en handhavend op te treden tegen het hobbymatig houden van paarden op zijn perceel. Appellant sub 2, de buurvrouw, ondervond hinder en verzocht het college tot handhaving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het handhavend optreden tegen het hobbymatig houden van paarden werd afgewezen.
Beide appellanten stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hobbymatig houden van paarden binnen de woon- en tuinbestemming past en dat het structureel gebruik van de paardrijdbak door derden niet automatisch leidt tot strijdig gebruik. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het handhavingsverzoek afwees en verklaarde het hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond.
Het besluit van 14 maart 2023, waarin het college het handhavingsverzoek opnieuw afwees, werd eveneens vernietigd omdat de grondslag was komen te vervallen. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1. Hiermee is bevestigd dat het hobbymatig houden van paarden en het gebruik van de paardrijdbak binnen de geldende bestemmingsplannen valt, mits het gebruik niet bedrijfsmatig is.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en het college mag niet handhavend optreden tegen het hobbymatig houden van paarden op het perceel.