ECLI:NL:RVS:2023:4268
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schadevergoeding voor immateriële schade na onrechtmatige intrekking verblijfsvergunning
Appellant, een Soedanese nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg onrechtmatig zijn verblijfsvergunning ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank kende hem een immateriële schadevergoeding van € 3.000,- toe, maar wees een vergoeding voor inkomensschade af.
In hoger beroep betwist appellant het oordeel over inkomensschade en de hoogte van de immateriële schadevergoeding. De Afdeling stelt vast dat de onrechtmatige besluitvorming niet heeft geleid tot een causaal verband met inkomensschade, mede omdat er geen juridische belemmeringen waren om te werken en de werkgever zelf besliste appellant niet in dienst te nemen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat psychische klachten het werken hebben verhinderd.
De Afdeling bevestigt dat de immateriële schadevergoeding van € 3.000,- billijk is vastgesteld over de periode van onzekerheid van ongeveer anderhalf jaar. Het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris tegen deze vergoeding is ingetrokken. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de toekenning van € 3.000,- immateriële schadevergoeding en wijst vergoeding van inkomensschade af.