ECLI:NL:RVS:2023:3850
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake beëindiging verblijfsrecht wegens openbare orde na prejudiciële vragen
De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, verblijft sinds 1983 rechtmatig in Nederland en heeft rechten op grond van artikel 7 van Pro Besluit nr. 1/80. De staatssecretaris beëindigde het verblijfsrecht wegens een gevaar voor de openbare orde. De rechtbank oordeelde dat een aanscherping van artikel 3.86 van het Vb 2000 niet op de vreemdeling van toepassing was vanwege de standstill-bepaling in artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. Het Hof oordeelde dat de vreemdeling zich op artikel 13 kan Pro beroepen, maar dat artikel 14 een Pro rechtvaardigingsgrond biedt voor de aanscherping van de glijdende schaal wegens openbare orde.
De Afdeling concludeert dat de aanscherping gerechtvaardigd en proportioneel is en dat de vreemdeling zich niet met succes tegen de aanscherping kan verzetten. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling over het ontbreken van een actuele bedreiging faalt, mede omdat hij na de verwijzingsuitspraak opnieuw strafbare feiten pleegde en grotendeels in hechtenis verbleef.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling vanwege diens bijdrage aan de prejudiciële procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.