Uitspraak
Datum uitspraak: 30 augustus 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
Voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede verleende op 14 november 2018 een omgevingsvergunning aan BAM voor de bouw van het ecoduct 'Oudste Grond' over de Rijksweg A35. Het ecoduct is gerealiseerd en in gebruik genomen in april 2020. [Appellant] maakte bezwaar tegen de vergunningverlening en stelde beroep in, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep stelde [appellant] dat de vergunning onrechtmatig was omdat geen natuurtoestemming was aangevraagd, terwijl de bouw stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden veroorzaakte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of een natuurtoestemming noodzakelijk was. Uit de overgelegde AERIUS-berekening bleek dat de bouw een kleine maar relevante stikstofdepositie veroorzaakte, waardoor een natuurtoestemming vereist was. Het college had BAM de gelegenheid moeten geven de aanvraag aan te vullen en de procedure volgens afdeling 3.4 Awb moeten volgen. Daarnaast faalden andere beroepsgronden, zoals het ontbreken van een mer-beoordeling en strijd met het bestemmingsplan, omdat deze niet voldoende waren onderbouwd.
De Afdeling vernietigde het bestreden uitspraak en het besluit op bezwaar, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt in een aparte procedure behandeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar wordt vernietigd, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.