Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep, verweerder,
[vergunninghouder], te [vestigingsplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
specifieke vorm van bedrijventerrein-vervaardiging van beton-, cement-, en gipsproducten: een bedrijf dat producten van beton, (vezel)cement en gips vervaardigd met sbi-code 2365, 2369 in categorie 3.2 van de Saat van Bedrijfsactiviteiten” geldt en het bedrijf van vergunninghouder daar niet aan voldoet. Van deze bestemmingsregeling kan alleen via de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden afgeweken. Gelet op artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo gold dus voor de aanvraag OBM eveneens de uitgebreide voorbereidingsprocedure en is geen vergunning van rechtswege ontstaan, aldus eisers.
activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”.
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bedrijven, ter plaatse van de aanduidingen:
'bedrijf van categorie 3': bedrijven in de categorieën 3.1 en 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
'bedrijven tot en met categorie 5.3': bedrijven in de categorieën 4.1 tot en met 5.3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
'bedrijven tot en met categorie 4.2': bedrijven in de categorieën 3.1 tot en met 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
'bedrijf van categorie 2': bedrijven in categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
'specifieke vorm van bedrijventerrein-vervaardiging van beton-, cement-, en gipsproducten': een bedrijf dat producten van beton, (vezel)cement en gips vervaardigt met sbi-code 2365, 2369 in categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
de activiteit, bedoeld in categorie 18.8 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is”.
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting voor de opslag van schroot, met inbegrip van autowrakken”.
Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan artikel 7.16, vijfde lid, neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt”.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025.