Het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft een omgevingsvergunning verleend aan BAM Infra voor de bouw van een ecoduct over de Rijksweg A35. Een omwonende heeft hiertegen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, stellende onder meer dat er een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig was en dat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vergunning terecht is verleend. Uit deskundigenrapportages bleek dat geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig was en dat het ecoduct in overeenstemming is met de bestemming “Natuur” en de gebiedsaanduiding “bodemdalingsgebied”. Ook is vastgesteld dat de afwijking van het bestemmingsplan binnen de beleidsruimte van het college valt en dat de externe veiligheid niet in het geding is.
De voorzieningenrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.J.B. Cornelissen op 13 augustus 2019 te Zwolle.