ECLI:NL:RVS:2023:4238
Raad van State
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- E. Steendijk
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft appellant een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM. De procedure betrof een bestuursrechtelijke zaak waarbij het bezwaar werd ingediend tegen een besluit van 14 november 2018.
De totale duur van de procedure, vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 13 december 2018 tot de uitspraak van de Afdeling op 30 augustus 2023, bedroeg vier jaar, acht maanden en twaalf dagen. Dit overschrijdt de redelijke termijn van vier jaar voor een procedure met bezwaar en twee rechterlijke instanties met ruim acht maanden. De overschrijding is volledig toe te rekenen aan de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Afdeling heeft het verzoek tot vergoeding van immateriële schade toegewezen en een forfaitair bedrag van € 1.000,- toegekend. Tevens is de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 418,50.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van procedures en bevestigt de criteria voor redelijke termijnen in bestuursrechtelijke zaken.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000 schadevergoeding en € 418,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.