ECLI:NL:RVS:2023:3067
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- H.J.M. Besselink
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzage persoonsgegevens Technische Universiteit Eindhoven
Appellant, voormalig werknemer van de Technische Universiteit Eindhoven, verzocht het College van Bestuur (CvB) om inzage in alle persoonsgegevens die het CvB over hem verwerkt. Het CvB verstrekte een overzicht, maar appellant stelde dat dit onvolledig was, met name omdat gegevensuitwisseling met de NWO en het CWI ontbraken en meningen en oordelen niet waren opgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van 7 januari 2021 ongegrond en wees het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat het overzicht weliswaar alle persoonsgegevens uit de e-mails bevat, maar niet alle noodzakelijke kenmerken om appellant in staat te stellen zijn rechten onder de AVG uit te oefenen. Het overzicht vermeldt niet de persoonsgegevens zelf en onvoldoende informatie over de inhoud en context van de e-mails, waardoor appellant niet kan controleren of de verwerking rechtmatig is.
De Afdeling verwijst naar het CRIF-arrest van het Hof van Justitie en stelt dat het CvB het overzicht moet aanvullen zodat de begrijpelijkheid en volledigheid gewaarborgd zijn. Het recht op inzage betekent niet automatisch recht op afschriften van alle e-mails, maar het CvB moet een afweging maken waarbij ook rechten van derden worden betrokken.
Verder oordeelt de Afdeling dat het CvB terecht in het ongelijk is gesteld en veroordeelt het CvB tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het CvB opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tegen dat nieuwe besluit kan alleen bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van 7 januari 2021 wordt vernietigd en het CvB moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met een volledig en begrijpelijk overzicht van persoonsgegevens.