ECLI:NL:RVS:2023:2952
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. den Ouden
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens niet aangevangen bedrijfsvoering
Appellante A heeft een verzoek ingediend voor tegemoetkoming in planschade wegens inkomensderving door het terugschalen van milieucategorieën in het bestemmingsplan ‘Aan de Noord’. Het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht wees dit verzoek af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. Appellante stelde dat de bedrijfsactiviteiten, waaronder puinbreken, betonproductie en asfaltproductie, op de peildatum al waren aangevangen en dat zij onomkeerbare investeringen had gedaan.
De Raad van State oordeelde dat alleen de activiteiten binnen milieucategorie 3 op de peildatum waren aangevangen, terwijl de hogere milieucategorieën 4 en 5 niet waren gerealiseerd. De asfaltcentrale was niet gebouwd en er waren geen onomkeerbare investeringen gedaan voor de hogere milieucategorieën. De aankoop van het perceel en vergunningaanvragen vormden geen voldoende specifiek bewijs van onomkeerbare investeringen.
Ook de investeringen in mobiele puinbrekers en betoncentrales werden niet als onomkeerbaar beschouwd, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat deze specifiek waren aangeschaft voor de hogere milieucategorieën. Het gemist voordeel uit niet aangevangen bedrijfsvoering komt volgens vaste rechtspraak niet voor vergoeding in aanmerking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.