ECLI:NL:RVS:2023:2836
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit verblijfsvergunning regulier ondanks verblijfsgat van 22 dagen
De vreemdeling, met de Braziliaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'studie' tot 1 december 2020. Hij vroeg op 23 december 2020 een nieuwe verblijfsvergunning aan onder de beperking 'zoeken/verrichten van arbeid'. Deze aanvraag werd ingewilligd, maar leidde tot een verblijfsgat van 22 dagen.
De vreemdeling voerde in hoger beroep aan dat hem niet verweten kon worden dat hij de aanvraag te laat had ingediend en dat het verblijfsgat onevenredig was vanwege zijn coronabesmetting en studievertraging. De Raad van State oordeelde dat de eerste grief geen aanleiding gaf tot vernietiging en dat de wet geen ruimte biedt om de ingangsdatum van een nieuwe verblijfsvergunning te vervroegen.
De rechtbank had het besluit ten onrechte getoetst aan beleidsregels die alleen gelden bij verlenging van een verblijfsvergunning onder dezelfde beperking, wat hier niet aan de orde was. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.