ECLI:NL:RVS:2023:2529
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning na veroordelingen volgens glijdende schaal
De vreemdeling verblijft sinds 1994 rechtmatig in Nederland en kreeg in 2001 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Deze vergunning werd in 2019 ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege veroordelingen voor meerdere misdrijven met een totale gevangenisstraf van zestien maanden. De staatssecretaris baseerde zich op de glijdende schaal uit artikel 3.86 van het Vb 2000, die bepaalt bij welke strafduur en verblijfsduur intrekking gerechtvaardigd is.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de straf van onbetaalde arbeid als taakstraf meetelt voor de glijdende schaal. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat deze straf niet als taakstraf mag worden meegeteld en dat hij ten tijde van zijn veroordeling niet kon voorzien dat dit tot intrekking zou leiden. De Raad van State verwierp deze grieven en bevestigde dat de glijdende schaal correct is toegepast.
De overige grieven van de vreemdeling werden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.