ECLI:NL:RVS:2023:1828
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen permanente bewoning recreatiewoning ondanks medische omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk heeft bij besluit van 22 oktober 2020 gelast dat de permanente bewoning van een recreatiewoning op een perceel in Harderwijk moet worden gestaakt, met een dwangsom bij niet-naleving. De appellant, eigenaar van het perceel sinds 1993, betwistte dit besluit en voerde aan dat handhaving onevenredig is vanwege de ernstige medische situatie van de bewoner en haar financiële draagkracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat medische omstandigheden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kunnen leiden tot het afzien van handhaving. De medische situatie van de bewoner was niet zodanig dat het college moest afzien van handhaving, mede omdat het zuurstofapparaat ook in een andere woning geplaatst kon worden. Tevens bood de lange begunstigingstermijn van 12 maanden ruimte.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het college beleid hanteert waarbij gedoogbeschikkingen alleen worden verleend aan bewoners die voor september 1997 permanent woonden, wat hier niet het geval was. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsommen werd verworpen, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat zij evident niet in staat was de dwangsommen te betalen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de invorderingsbesluiten ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep en de beroepen tegen de invordering van dwangsommen worden ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.