ECLI:NL:RVS:2023:1739
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en handhaving veehouderij zonder natuurvergunning
Het geschil betreft handhaving tegen een melkveehouderij die activiteiten uitvoert zonder geldige natuurvergunning. MOB en Leefmilieu verzochten het college van gedeputeerde staten van Overijssel handhavend op te treden vanwege het houden van vee, weiden en bemesten zonder vergunning. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna diverse besluiten en beroepen volgden. De rechtbank vernietigde het besluit van 13 juli 2021 wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering, vooral rond het bemesten van perceel 70 en de beoordeling van de referentiesituatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college ten onrechte niet nader onderzoek deed naar een revisievergunning voor de elektriciteitscentrale op perceel 70 en dat het college het besluit over de last onder dwangsom terecht bij de beslissing op bezwaar heeft genomen. De Afdeling bevestigt dat het weiden en het houden van vee in stallen als één project moeten worden beoordeeld, terwijl bemesten een apart project vormt.
De Afdeling volgt de rechtbank deels, maar corrigeert ook enkele punten, zoals de bewijslastverdeling en de uitleg van de referentiesituatie. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, dat van de veehouderij en het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond. Het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij tegen dat besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.