ECLI:NL:RVS:2022:3667
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling bij besluit van 6 oktober 2022 in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 27 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.