ECLI:NL:RVS:2023:1356
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning biologische pluimveehouderij te Wehl
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem verleende op 23 juli 2019 een omgevingsvergunning aan een bedrijf voor de realisatie van een biologische pluimveehouderij op een perceel te Wehl. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door de overledene en anderen, waaronder een aantal medeburgers waarvan de identiteit niet tijdig kenbaar werd gemaakt, waardoor het beroep van deze medeburgers niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde de erfgenaam van de overledene onder meer dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de volksgezondheid, mede gelet op het VGO-onderzoek en het GGD-advies. De Afdeling overwoog dat het college zich terecht had gebaseerd op het positieve advies van de GGD en de VGO-onderzoeken, waarbij geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten waren aangevoerd die het college hadden moeten weerhouden de vergunning te verlenen.
Ook het betoog dat een milieueffectrapportage had moeten worden opgesteld faalde, omdat er geen aanwijzingen waren dat de pluimveehouderij ontoelaatbare risico’s voor de volksgezondheid zou veroorzaken. Het hoger beroep werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van derden wordt niet-ontvankelijk verklaard en het overige hoger beroep ongegrond; de omgevingsvergunning blijft van kracht.