Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[derde partij]te [woonplaats].
Rechtbank Gelderland
De derde-partij vroeg een omgevingsvergunning aan voor de realisatie van een biologische pluimveehouderij met 13 stallen en maximaal 52.800 kippen. Verweerder verleende de vergunning, waarna eisers beroep instelden. De rechtbank beoordeelde eerst of eisers belanghebbenden zijn en concludeerde dat de geurbelasting bij hun woningen de streefwaarde uit het Gelderse geurbeleid overschrijdt, waardoor zij gevolgen van enige betekenis ondervinden.
De rechtbank ging vervolgens in op het relativiteitsvereiste en oordeelde dat de beroepsgronden van eisers, gericht op de goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat, ontvankelijk zijn. De inhoudelijke bezwaren van eisers, waaronder strijd met de gebiedsvisie, de omgevingsverordening Gelderland, het ontbreken van een milieueffectrapport en gezondheidsrisico’s, werden stuk voor stuk onderzocht en verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing of omdat de vergunningverlening conform regelgeving en adviezen verliep.
Met name het gezondheidsaspect werd uitvoerig besproken waarbij de rechtbank het positieve GGD-advies en het VGO-onderzoek als voldoende onderbouwing beschouwde. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de vergunning vanwege gezondheidsrisico’s had moeten worden geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de biologische pluimveehouderij wordt ongegrond verklaard.