ECLI:NL:RVS:2023:1029
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging nationaliteit in BRP wegens onvoldoende bewijs staatloosheid
Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg wees het verzoek van appellant af om zijn in de basisregistratie personen geregistreerde nationaliteit te wijzigen van 'onbekend' naar 'staatloos'. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij voldoende bewijs had geleverd van zijn staatloosheid met diverse documenten, waaronder een Syrisch reisdocument voor Palestijnen, een UNRWA-registratiekaart en een gewaarmerkte kopie van zijn geboorteakte.
De rechtbank hanteerde een vaste gedragslijn waarbij originele documenten uit drie groepen vereist zijn om staatloosheid vast te stellen. Volgens de rechtbank ontbrak het aan onomstotelijk bewijs van afstamming en verblijf, waardoor niet kon worden uitgesloten dat appellant een andere nationaliteit had. De Afdeling bestuursrechtspraak nuanceerde deze toetsingsmaatstaf en oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de overgelegde documenten niet geschikt zouden zijn om afstamming aan te tonen.
De Afdeling stelde dat de staatloosheid buiten redelijke twijfel uit de brondocumenten en bewijsmiddelen moet volgen en dat kopieën niet per definitie uitgesloten zijn als bewijs. Het college kon niet aannemelijk maken dat appellant of zijn ouders in andere landen hadden verbleven. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen 12 weken.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de genuanceerde toetsingsmaatstaf.