ECLI:NL:RVS:2022:550
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling planschadevergoeding na bestemmingsplanwijziging winkelcentrum De Passage Waddinxveen
Het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen wees een aanvraag van appellant om tegemoetkoming in planschade af naar aanleiding van een bestemmingsplanwijziging die de detailhandelsfunctie in winkelcentrum De Passage beperkte. Appellant betoogde dat het nieuwe bestemmingsplan hem in een nadeliger planologische positie bracht en dat het college onrechtmatig had gehandeld.
De Afdeling oordeelde dat de planschaderegeling niet ziet op schade door privaatrechtelijke transacties of onrechtmatig handelen. De planologische vergelijking tussen oude en nieuwe bestemmingsplannen was terecht gebaseerd op de meest ongunstige invulling, ondanks dat detailhandel feitelijk dominant was. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de brief van het college slechts informeerde over de regeling.
Wel werd geoordeeld dat het college bij het besluit op bezwaar handelde in strijd met de Verordening commissie bezwaarschriften door het ontbreken van een ondertekend advies, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellant niet werd benadeeld. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze naliet het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Verder werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim tien maanden, waarbij het college en de Staat naar rato werden veroordeeld tot betaling. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor het overige en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, proceskosten en griffierecht worden vergoed en een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.