ECLI:NL:RVS:2022:3615
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling iMMO-rapport en onderdelenvereiste in asielprocedure vreemdeling uit Angola
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling uit Angola gegrond verklaarde tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De kern van het geschil is het zogenoemde onderdelenvereiste: de eis dat uit een iMMO-rapport moet blijken op welke onderdelen van het asielrelaas de beperking van het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren invloed heeft gehad. De staatssecretaris had het iMMO-rapport terzijde gelegd omdat dit vereiste niet was vervuld.
De Afdeling overweegt dat het onderdelenvereiste, gelet op wetenschappelijke inzichten en de leeswijzer van het iMMO, niet langer als uitgangspunt geldt. Het geheugen wordt door psychische problematiek in zijn geheel beïnvloed, waardoor het onwetenschappelijk is om standaard onderscheid te maken tussen onderdelen van het relaas. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het iMMO dit wel aangeven.
De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris een iMMO-rapport niet zonder meer kan negeren zonder zelf een medisch deskundige te raadplegen of zonder deugdelijk te motiveren waarom het asielrelaas ondanks het rapport ongeloofwaardig is. In deze zaak heeft de staatssecretaris dit niet voldoende gedaan, waardoor het hoger beroep ongegrond wordt verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.