ECLI:NL:RVS:2022:3367
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens langdurig verblijf in het buitenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 25 maart 2020 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van een Ghanese vreemdeling in, omdat zij langer dan zes maanden buiten Nederland verbleef. De vreemdeling verbleef van december 2012 tot september 2019 in Ghana voor behandeling van psychische problemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de termijnoverschrijding verschoonbaar achtte. De staatssecretaris had terecht vastgesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de overschrijding buiten haar schuld lag, mede omdat de medische stukken geen noodzaak voor langdurig verblijf in Ghana onderbouwden.
Echter, de Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had waarom hij afzag van een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en het horen in bezwaar. De staatssecretaris had zich beperkt tot het standpunt dat er geen meer dan normale emotionele banden bestonden, zonder een volledige belangenafweging te maken. Ook was het horen in bezwaar ten onrechte achterwege gelaten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep en het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 24 september 2020 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.