ECLI:NL:RVS:2022:3309
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging matiging terugvordering huurtoeslag wegens overschrijding toetsingsinkomen
De Belastingdienst stelde definitief vast dat de wederpartij voor 2019 geen recht had op huurtoeslag en vorderde € 3.618,00 terug, gebaseerd op een vastgesteld toetsingsinkomen van € 23.873,00. De rechtbank matigde de terugvordering tot € 2.600,00 vanwege bijzondere omstandigheden en het vervallen van de maximale inkomensgrens per 1 januari 2020.
De Belastingdienst ging in hoger beroep tegen deze matiging. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de dienst terecht geen matiging hoefde toe te passen omdat de terugvordering het gevolg was van een afwijking tussen het geschatte en het daadwerkelijke inkomen. De wetswijziging zonder terugwerkende kracht bood geen aanleiding tot matiging in deze situatie.
De Afdeling overwoog dat de wederpartij verantwoordelijk was voor het juiste invullen van de aanvraag en dat financiële problemen kunnen worden opgevangen via een betalingsregeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de terugvordering in stand gelaten.
Uitkomst: De terugvordering van de huurtoeslag wordt niet gematigd en blijft in stand.