ECLI:NL:RVS:2022:2385
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- D.A. Verburg
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering intrekking vergunningen windpark IJsselwind
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft geweigerd de vergunning en ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het windpark IJsselwind in te trekken. Deze vergunningen en ontheffing zijn verleend voor de realisatie en exploitatie van drie windturbines nabij Zutphen. Appellanten, waaronder Stichting Eefde Tegen-wind, hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tegen watervergunningen verleend door het college van dijkgraaf en heemraden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep van Stichting Eefde Tegen-wind niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden. Voor het beroep van andere appellanten is de termijnoverschrijding wel verschoonbaar verklaard. De Afdeling oordeelt dat appellanten geen belanghebbenden zijn bij het besluit tot verlening van de Wnb-ontheffing, waardoor zij geen beroep kunnen instellen tegen de afwijzing van het verzoek tot intrekking daarvan. Voor het verzoek tot intrekking van de Wnb-vergunning en watervergunningen is het beroep ongegrond verklaard.
De Afdeling overweegt dat het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling milieubeheer niet onderdeel uitmaken van het toetsingskader voor de Wnb-vergunning en watervergunningen. Het beroep op het Nevele-arrest en de SMB-richtlijn leidt daarom niet tot intrekking van de vergunningen. De Afdeling stelt vast dat het Natura 2000-gebied Rijntakken onderdeel uitmaakt van de woon- en leefomgeving van appellanten, waardoor zij belanghebbenden zijn bij de Wnb-vergunning. De beroepen worden inhoudelijk behandeld, maar leiden niet tot vernietiging van de besluiten.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Eefde Tegen-wind is niet-ontvankelijk; het beroep van andere appellanten is deels onbevoegd en deels ongegrond verklaard.