ECLI:NL:RVS:2022:231
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering zorgtoeslag wegens toeslagpartnerschap op feitelijk woonadres
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de Belastingdienst/Toeslagen over de terugvordering van zorgtoeslag voor de jaren 2012 tot en met 2017. De dienst had appellante te weinig recht toegekend omdat zij haar ex-partner als toeslagpartner aanmerkte, gebaseerd op het feitelijke woonadres, ondanks dat hij niet in de Basisregistratie Personen (brp) op dat adres stond ingeschreven.
De rechtbank had geoordeeld dat het rapport van de Sociale Recherche en getuigenverklaringen voldoende bewijs boden dat de ex-partner feitelijk op het adres van appellante woonde en dat het toeslagpartnerschap terecht was vastgesteld. In hoger beroep heeft de Belastingdienst/Toeslagen zijn standpunt voor twee periodes herzien na uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, waardoor het beroep voor die periodes gegrond werd verklaard.
Voor de periode van 24 april 2015 tot en met 2 augustus 2016 handhaaft de dienst het standpunt dat sprake was van toeslagpartnerschap op basis van het feitelijke woonadres. De Afdeling bevestigt dit, oordeelt dat het rapport van de Sociale Recherche zorgvuldig is en dat het bestuursorgaan terecht op dit rapport mocht afgaan. De Afdeling veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels gegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen vernietigd voor bepaalde periodes, maar bevestigd voor de periode 24 april 2015 tot en met 2 augustus 2016.