ECLI:NL:RVS:2016:777
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat partner terecht als toeslagpartner is aangemerkt wegens feitelijke gezamenlijke huishouding
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland, waarin werd geoordeeld dat de Belastingdienst de partner van appellante terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. Dit volgt uit onderzoek waaruit blijkt dat de partner vanaf april 2006 feitelijk op het toeslagadres van appellante woonde, hoewel hij pas in juni 2014 op dat adres in de GBA werd ingeschreven.
De kern van het geschil is of de partner in de periode 2008 tot medio 2011 feitelijk op het toeslagadres heeft gewoond. De rechtbank heeft dit bevestigd op basis van verklaringen van buurtbewoners en andere bewijsstukken, ondanks tegenargumenten van appellante over de betrouwbaarheid van deze verklaringen en het feit dat de partner een kamer in Nijmegen huurde.
De Raad van State onderschrijft dat de feitelijke woonplaats bepalend is en dat de partner geacht wordt op het toeslagadres te zijn ingeschreven in de GBA, conform de Uitvoeringsregeling Awir, om fraude te voorkomen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de partner terecht als toeslagpartner is aangemerkt.