ECLI:NL:RVS:2021:938
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring wegens aansluiting bij terroristische organisatie
Appellant is geboren met de Marokkaanse nationaliteit en verkreeg het Nederlandse staatsburgerschap via zijn vader. De staatssecretaris trok op 7 november 2018 zijn Nederlanderschap in en verklaarde hem ongewenst vanwege zijn aansluiting bij de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra, gebaseerd op een strafvonnis van de rechtbank Rotterdam.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder onrechtmatigheid van de ingangsdatum van de intrekking, onvoldoende bewijs voor voortgezette aansluiting bij de organisatie na 11 maart 2017, schending van essentiële belangen, willekeur, disproportionaliteit en discriminatie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren en oordeelde dat de staatssecretaris voldoende bewijs en motivering heeft geleverd.
De Afdeling overwoog dat het strafvonnis en aanvullende feiten voldoende grond bieden voor de intrekking en ongewenstverklaring, dat geen individueel ambtsbericht vereist is, en dat de maatregel proportioneel is gezien de ernst van de gedragingen en het gevaar voor de nationale veiligheid. Ook werd bevestigd dat de ongewenstverklaring rechtmatig is, ondanks dat appellant zich in het buitenland bevindt en geen intentie heeft terug te keren.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 april 2020 wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring worden bevestigd.