ECLI:NL:RVS:2021:2822
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.J.J.M. Pans
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning splitsing winkels en horeca in Den Haag
Het geschil betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag voor het splitsen van winkels en het veranderen van het gebruik van een winkel naar een restaurant-café op twee percelen in Den Haag. Appellant sub 1, wonende boven de winkels, maakte bezwaar tegen deze vergunning, met name vanwege vermeende strijd met de beheersverordening en parkeerproblemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond omdat het college een onjuiste wettelijke grondslag had gebruikt voor het afwijken van de parkeernormen. Het college en WP Retail stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van WP Retail gegrond, omdat de Afdeling oordeelde dat artikel 24, onder c, van de beheersverordening onverbindend is vanwege onduidelijkheid en strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Verder oordeelde de Afdeling dat het bouwplan niet in strijd is met het maximum van zes middelzware horeca-inrichtingen aan het Willem Royaardsplein en dat de opslagruimte en het sanitair in de kelder als bij de horeca behorende voorzieningen zijn toegestaan. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van WP Retail.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van WP Retail gegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.