ECLI:NL:RVS:2026:494
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging omgevingsvergunning extra bouwlaag studentenwoningen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 22 februari 2021 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een extra bouwlaag met drie studentenwoningen aan een woning in Den Haag. Belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard, maar met drie extra voorwaarden. Zowel aanvrager als belanghebbenden stelden beroep in tegen het besluit op bezwaar. Het college wijzigde het besluit op bezwaar op 1 november 2023.
De rechtbank verklaarde in februari 2024 de beroepen gegrond en vernietigde het besluit van 1 november 2023, met name omdat artikel 5.1 van het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren" volgens de rechtbank in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en onverbindend moest worden geacht. Het college stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het rechtszekerheidsbeginsel als grond voor onverbindendheid van artikel 5.1 heeft aangenomen. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het evidentiecriterium geldt en concludeert dat artikel 5.1 niet evident in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van aanvrager en belanghebbenden ongegrond verklaard.
Het besluit van 1 november 2023 herleeft, waarbij de omgevingsvergunning twee voorschriften bevat: bewoning uitsluitend door studenten met bewijs van inschrijving en reservering van parkeerplaatsen voor bewoners van specifieke locaties. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van aanvrager en belanghebbenden ongegrond verklaard.