ECLI:NL:RVS:2021:2623
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging vergunning particuliere beveiligingsorganisatie wegens onvoldoende motivering betrouwbaarheid
De minister voor Rechtsbescherming wees op 15 februari 2019 de aanvraag tot verlenging van een vergunning voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie af, mede op basis van een veroordeling tot een geldboete wegens mishandeling. De aanvrager, eigenaar van het beveiligingsbedrijf, werd later in hoger beroep vrijgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 februari 2020.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de aanvrager tegen de afwijzing ongegrond, stellende dat het besluit moest worden beoordeeld op basis van de feiten op het moment van het besluit. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State richtte zich op de vraag of de minister het besluit mocht baseren op een niet-onherroepelijke veroordeling terwijl later vrijspraak volgde.
De Afdeling oordeelde dat de vrijspraak voldoende gemotiveerd was en daarom bij de beoordeling betrokken moest worden. De minister had het besluit niet mogen baseren op het vonnis van de politierechter zonder nadere motivering, zeker niet nadat de vrijspraak was uitgesproken. Verwijzing naar camerabeelden uit het strafdossier was onvoldoende en niet in de besluitvorming genoemd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister vernietigd, en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning werd vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de vrijspraak.