ECLI:NL:RVS:2021:2618
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband
De vreemdelingen afkomstig uit Eritrea hebben verzoeken ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf om bij hun zoon en broer, de referent, te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat de feitelijke gezinsband tussen de referent en zijn ouders tijdens de procedure zou zijn verbroken.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het peilmoment voor het bestaan van de feitelijke gezinsband het moment van indiening van de mvv-aanvragen is, niet het moment van de beslissing. De staatssecretaris heeft de aanvragen niet met de vereiste urgentie behandeld, waardoor de procedure onredelijk lang duurde. Daarom moet de staatssecretaris een nieuw besluit nemen, uitgaande van de situatie ten tijde van de aanvraag.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €748,00. De griffierechten hoeven niet vergoed te worden omdat deze niet zijn geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.