ECLI:NL:RBDHA:2022:3740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens meerderjarigheid referent
Eisers, ouders van een Eritrese referent, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun opvolgende aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te wijzen. De referent was aanvankelijk minderjarig bij de eerste aanvraag, maar meerderjarig ten tijde van de opvolgende aanvraag.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 29, tweede lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden verleend aan ouders van een alleenstaande minderjarige vreemdeling. Omdat de referent bij de opvolgende aanvraag meerderjarig was, komen eisers niet in aanmerking voor een mvv in het kader van nareis.
Eisers voerden aan dat de aanvraag niet met de nodige urgentie was behandeld en dat de referent vanwege psychische problemen niet adequaat kon reageren op de afwijzing van de eerste aanvraag. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen aanleiding geven tot een belangenafweging en verwijst naar de mogelijkheid een reguliere gezinsherenigingsaanvraag in te dienen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende mvv-aanvraag in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard.