ECLI:NL:RVS:2021:2600
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor brug na verlening omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk legde aan appellant een last onder dwangsom op om binnen twee maanden het recreatieverblijf, de berging, de steiger en de brug op zijn perceel te verwijderen. Voor de brug werd later een omgevingsvergunning verleend. Appellant maakte bezwaar tegen het handhavingsbesluit en tegen de invordering van dwangsommen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat het college ten onrechte de last onder dwangsom voor de brug in stand heeft gelaten nadat de vergunning was verleend. De last voor de steiger was terecht gehandhaafd omdat deze was verwijderd maar ook verwijderd moest blijven.
De Raad vernietigt het besluit op bezwaar voor zover het de brug betreft en herroept de last onder dwangsom vanaf de datum van vergunningverlening. De dwangsommen voor het recreatieverblijf en de berging blijven gehandhaafd. Het beroep tegen de invordering van deze dwangsommen wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom voor de brug wordt herroepen vanaf de vergunningdatum, de dwangsommen voor recreatieverblijf en berging blijven gehandhaafd.