ECLI:NL:RBDHA:2020:8926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom voor verwijderen niet-vergunde recreatiebebouwing afgewezen in beroep
De zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan eiser om niet-vergunde bouwwerken op zijn perceel te verwijderen. Het ging om een recreatieverblijf, een berging, een steiger en een brug. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat de bouwwerken reeds voor 1985 aanwezig waren en dus als bestaande bebouwing konden worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat uit de inventarisatie van 1985/1986 blijkt dat op het perceel geen bebouwing aanwezig was en dat luchtfoto’s bevestigen dat het recreatieverblijf pas na 2008 is gebouwd. De verklaringen van getuigen zijn onvoldoende om dit te weerleggen. Tevens heeft eiser de herbouw van het recreatieverblijf betwist, maar dit maakt niet uit voor de beoordeling.
Verder heeft verweerder voldoende onderzoek gedaan naar de mogelijkheden tot legalisatie, waarbij bleek dat de huidige situatie niet binnen de bestemmingsplanregels valt en niet binnenplans kan worden gelegaliseerd. De last strekt niet te ver, aangezien de brug en steiger inmiddels zijn vergund of verwijderd. De invordering van de dwangsommen is daarom terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en de invorderingsbeschikking wordt ongegrond verklaard.