ECLI:NL:RVS:2021:2413
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens nalaten Unierechtelijke toetsing
Een vreemdeling met de Filipijnse nationaliteit had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid van haar ex-partner, die de Nederlandse en Italiaanse nationaliteit bezit. Na het verbreken van de relatie trok de staatssecretaris de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in. De vreemdeling vroeg vervolgens om wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, wat werd afgewezen.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris ambtshalve had moeten onderzoeken of zij rechten kon ontlenen aan het Unierecht, met name de Verblijfsrichtlijn en artikel 21 VWEU Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris die verplichting niet had en dat de vreemdeling een aparte aanvraag moest indienen.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris wel degelijk verplicht was om op basis van de bij hem bekende gegevens te onderzoeken of de vreemdeling Unierechtelijke verblijfsrechten had, ook als de vreemdeling die niet expliciet had aangevoerd. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie en het arrest Chenchooliah van het Hof van Justitie. De rechtbank heeft dit onjuist beoordeeld, waardoor het hoger beroep gegrond is en het besluit wordt vernietigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij de Unierechtelijke aspecten betrokken moeten worden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd omdat hij niet ambtshalve heeft onderzocht of de vreemdeling rechten aan het Unierecht kon ontlenen.