Uitspraak
Datum uitspraak: 20 oktober 2021
Raad van State
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vergunningverlening door het college van gedeputeerde staten van Groningen voor de uitbreiding van de afvalenergiecentrale EEW te Farmsum met een derde afvalverbrandingslijn. De rechtbank had de vergunning vernietigd omdat zij oordeelde dat de eerdere Natuurbeschermingswet 1998-vergunning van 2007 van rechtswege was vervallen door een wijziging in productieomvang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het voorschrift waarop de rechtbank zich baseerde niet leidt tot verval van de vergunning. De vergunning uit 2007 geldt onbepaalde tijd voor het vergunde project, en bij wijziging is een nieuwe vergunning vereist. De eerdere vergunning is dus niet vervallen en kan als referentiesituatie worden gebruikt.
Verder is in geschil of het onderzoek naar stikstofdepositie voldoende is, met name of de toename van transportbewegingen, waaronder scheepvaart, is betrokken. De Afdeling stelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de effecten van scheepvaartbewegingen die inherent zijn aan het project, waardoor het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De Afdeling verklaart de beroepen van de milieuverenigingen gegrond en die van EEW en het college ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden, en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De vergunning voor de derde afvalverbrandingslijn blijft niet in stand; het college moet een nieuw besluit nemen met een volledig onderzoek naar stikstofdepositie.