ECLI:NL:RVS:2021:2223
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijschrijving ongewenst kogelgeweer op wapenverlof
Appellante verzocht bijschrijving van twee enkelloops kogelgeweren op haar wapenverlof, welke door de korpschef werden afgewezen omdat deze wapens als ongewenst werden aangemerkt en niet binnen erkende schietsportdisciplines vielen. De minister bevestigde deze afwijzing met een verbeterde motivering, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk een redelijk belang had bij de bijschrijving, onder meer vanwege deelname aan een interne clubcompetitie en de overgangsregeling. Tevens voerde zij aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat vergelijkbare wapens wel waren toegelaten. De Raad van State oordeelde dat het redelijk belang ontbrak omdat het wapen niet onder de overgangsregeling viel en dat de rechtbank terecht het beroep op aanhouding wegens erkenning schietsportdiscipline had verworpen.
De Raad stelde echter vast dat appellante haar beroep op het gelijkheidsbeginsel voldoende had onderbouwd met concrete gevallen en dat de minister geen verklaring gaf voor de verschillen in besluitvorming. Hierdoor was sprake van een motiveringsgebrek in het besluit van 17 mei 2019, dat daarom werd vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat het wapen als ongewenst wordt aangemerkt en geen redelijk belang bestaat voor verlofverlening.
De Raad besloot het hoger beroep gegrond te verklaren, de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, het beroep gegrond te verklaren en het besluit van de minister te vernietigen voor zover het de afwijzing met verbeterde motivering betreft, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijschrijving van het kogelgeweer wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege het ontbreken van een redelijk belang.