ECLI:NL:RVS:2021:1961
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving erfafscheiding wegens onvoldoende motivering college
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren legde aan appellante een last onder dwangsom op om een houten erfafscheiding op haar perceel te verlagen van 2 meter naar maximaal 1 meter, omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Appellante stelde dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden omdat handhaving alleen plaatsvond na een verzoek en niet in andere gevallen, en dat de erfafscheiding privacy bood zonder reële hinder te veroorzaken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom ondanks de lage prioriteit van deze overtreding handhavend werd opgetreden.
De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen waarin het de belangenafweging en prioritering inzichtelijk maakt. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van de erfafscheiding wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering door het college.