ECLI:NL:RVS:2021:1762
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor onrechtmatige omzetting zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde bestuurlijke boetes op aan twee eigenaren voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte in twee woningen in Amsterdam. De rechtbank Amsterdam matigde de boetes vanwege het achteraf verlenen van omzettingsvergunningen, waardoor de ernst van de overtreding volgens de rechtbank beperkt was.
Het college stelde in hoger beroep dat matiging het afschrikwekkende effect van het boetestelsel zou ondermijnen en dat de overtreding ernstig was omdat de omzetting zonder vergunning plaatsvond en de leefbaarheidstoets vooraf niet mogelijk was. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boetes had gematigd en bevestigde dat het achteraf verlenen van vergunningen niet afdoet aan de ernst van de overtreding.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de eigenaren ongegrond, waardoor de volledige boetes van € 12.000 voor eigenaar A en € 6.000 voor eigenaar B gehandhaafd blijven. De boetes zijn passend gelet op de overtreding en het belang van naleving van de Huisvestingsverordening Amsterdam.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes voor het zonder vergunning omzetten van woningen worden gehandhaafd en de beroepen van de eigenaren worden ongegrond verklaard.