ECLI:NL:RVS:2019:103
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor onttrekken woonruimten aan bestemming tot bewoning zonder vergunning
Het college legde aan appellant een bestuurlijke boete van €36.000 op wegens het zonder vergunning onttrekken van drie woonruimten aan de bestemming tot bewoning. Deze woningen werden verhuurd aan toeristen, wat in strijd is met artikel 30 van Pro de Huisvestingswet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet als overtreder mocht worden aangemerkt omdat de fysieke handeling door de huurder werd verricht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat ook de eigenaar als overtreder kan worden aangemerkt indien hem de overtreding kan worden toegerekend, mede vanwege zijn zorgplicht.
Appellant voerde verder aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat woningcorporaties geen boete krijgen terwijl particuliere eigenaren dat wel krijgen. Uit stukken bleek dat corporaties zelf handhaven en dat er geen bestuurlijke boetes aan hen zijn opgelegd. Het college kon dit onderscheid niet motiveren, waardoor het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd volgens artikel 7:12 Awb Pro.
Appellant verzocht ook om matiging van de boete wegens beperkte ernst en geringe draagkracht, maar maakte dit niet aannemelijk. De Afdeling droeg het college op binnen zes weken het besluit te heroverwegen en beter te motiveren, met name over het onderscheid met woningcorporaties. De zaak wordt voortgezet voor een einduitspraak over proceskosten en verdere beslissing.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit binnen zes weken beter te motiveren over het onderscheid in boetes tussen particuliere eigenaren en woningcorporaties.