ECLI:NL:RVS:2021:146
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs stelselmatig huiselijk geweld
Appellante heeft een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven aangevraagd wegens stelselmatig huiselijk geweld en poging tot wurging, waarbij zij fysiek en psychisch letsel zou hebben opgelopen. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was dat het geweld stelselmatig had plaatsgevonden en dat het letsel ernstig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellante voerde aan dat er voldoende objectieve aanwijzingen zijn, zoals meldingen en aangifte, en dat zij in behandeling is voor psychische klachten.
De Raad van State oordeelt dat de CSG beleidsruimte heeft en dat het beleid niet onredelijk is. De enkele verklaring van appellante en de politiegegevens zijn onvoldoende om stelselmatig huiselijk geweld over vijf jaar aannemelijk te maken. Ook is niet voldaan aan de vereisten voor ernstig letsel, aangezien het fysieke letsel niet langdurig of ernstig genoeg is en er geen medische diagnose van psychisch letsel is overgelegd.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven bevestigd.