ECLI:NL:RVS:2021:1272
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving woonunits arbeidsmigranten Westland wegens onredelijke begunstigingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft op 27 september 2017 een last onder dwangsom opgelegd aan [appellante] om woonunits voor arbeidsmigranten op verschillende percelen te verwijderen. Na bezwaar werd de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na het besluit van 12 maart 2018, met verdere verlengingen tot na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en het besluit over de begunstigingstermijn.
De Afdeling oordeelt dat de woonunits niet als bestaande bedrijfswoningen kunnen worden aangemerkt omdat ze pas na de terinzagelegging van het bestemmingsplan zijn gebouwd. Er is geen concreet zicht op legalisatie, ondanks lopende aanvragen en adviezen, en het college is bevoegd tot handhaving. Wel is geoordeeld dat het college uit oogpunt van evenredigheid eerder de begunstigingstermijn had moeten verlengen.
De Afdeling verlengt de begunstigingstermijn tot 31 januari 2022 om ruimte te bieden voor overleg tussen provincie en gemeente over huisvesting arbeidsmigranten. Tevens wordt het besluit van 27 september 2017 herroepen voor zover het een kortere termijn voorschrijft. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het verwijderen van de woonunits wordt verlengd tot 31 januari 2022 en eerdere besluiten worden vernietigd.