ECLI:NL:RBDHA:2025:13068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedeisende bestuursdwang wegens brandgevaarlijke huisvesting arbeidsmigranten
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de huisvesting van arbeidsmigranten op de zolderverdieping van een woning te beëindigen vanwege ernstige brandveiligheidsrisico’s.
Na een controle op 17 november 2022 constateerden toezichthouders en de brandweer meerdere ernstige tekortkomingen, zoals een ongeschikte vluchttrap, ontbreken van rookmelders en blusmiddelen, en brandgevaarlijke elektrische installaties. Het college besloot daarop de zolderruimte per direct te sluiten en de toegangsdeur te verzegelen. Eiser betwistte de overtredingen en het spoedeisende karakter, maar leverde geen bewijs ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht bestuursdwang toepaste omdat de situatie onveilig en spoedeisend was. Eiser werd als eigenaar terecht als overtreder aangemerkt, mede gezien zijn betrokkenheid bij de exploitatie van de bedrijven waar de arbeidsmigranten werkten. Ook zijn argumenten over zicht op legalisatie, onevenredigheid van handhaving, en schending van het vertrouwensbeginsel faalden.
De bezwaarprocedure is volgens de rechtbank zorgvuldig verlopen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt het belang van handhaving bij ernstige veiligheidsrisico’s, ook als dit leidt tot directe sluiting van woonruimten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden vanwege ernstige brandveiligheidsrisico’s.