ECLI:NL:RVS:2020:676
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.J. Schueler
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving schuur/berging wegens motiveringsgebrek brandveiligheid
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal wees een verzoek af om handhavend op te treden tegen een schuur/berging en houtopslag zonder omgevingsvergunning, aangebouwd tegen de woning van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de schuur en houtopslag vergunningplichtig zijn omdat ze niet geheel in het achtererfgebied liggen en dat het college onterecht afzag van handhaving op grond van het Bouwbesluit 2012.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de schuur/berging en houtopslag wel degelijk in het achtererfgebied zijn gelegen, omdat de voorgevel wordt bepaald door het geveldeel met de grootste oppervlakte. Verder oordeelde de Afdeling dat het college onjuist had gemotiveerd waarom het handhaven van het dak met een brandklasse E-materiaal achterwege bleef, omdat artikel 2.68 van het Bouwbesluit 2012 ziet op beperking van brandontwikkeling en rook, en het materiaal meer risico geeft.
De Afdeling vernietigde het besluit van 29 augustus 2018 wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het dak inmiddels was vervangen door onbrandbaar materiaal. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent brandveiligheid, met in stand blijvende rechtsgevolgen omdat het dak is vervangen.