ECLI:NL:RVS:2020:2717
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Nadeelcompensatie afgewezen voor omzetdaling door kustversterkingsproject Katwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk wees het verzoek van appellant om nadeelcompensatie af wegens omzetdaling veroorzaakt door het project Kustwerk Katwijk, waarbij de kust werd versterkt met een dijk-in-duin en een ondergrondse parkeergarage werd gebouwd.
Appellant exploiteert sinds 1999 een mobiele viskiosk op de Boulevard te Katwijk en stelde dat zij in 2014 schade had geleden door omzetderving door de werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom een drempel van 20% omzetderving werd gehanteerd en stelde een lagere drempel van 15% vast, waarna het beroep van appellant werd toegewezen.
De Raad van State oordeelt dat de werkzaamheden een normale maatschappelijke ontwikkeling vormen, dat de omzetderving binnen het normale ondernemersrisico valt en dat de jaarlijkse vergunningensituatie een verhoogd ondernemersrisico inhoudt. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond en bevestigt de afwijzing van nadeelcompensatie.
De Raad benadrukt dat de gehanteerde berekeningsmethoden en de drempel van 20% omzetderving aanvaardbaar zijn en dat de schade niet op de overheid kan worden afgewenteld gezien de omstandigheden en het eigen ondernemersrisico van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van nadeelcompensatie bevestigd.