ECLI:NL:RVS:2016:1205
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nadeelcompensatie wegens waardedaling door plaatsing ondergrondse afvalcontainers
Appellant vroeg nadeelcompensatie wegens waardedaling van zijn woning door de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers (orac's) in 2013. Het college wees dit verzoek af op basis van een taxatierapport van Kendes Rentmeesters, dat een waardedaling van €20.000,- vaststelde, wat binnen het normaal maatschappelijk risico viel. Appellant overhandigde een ander taxatierapport dat een hogere waardedaling claimde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij zijn woning inmiddels had verkocht en geen belang meer zou hebben. De Raad van State vernietigde dit oordeel en oordeelde dat appellant wel belang had bij een rechterlijke beoordeling van de waardedaling en de afwijzing van zijn verzoek.
De Raad van State overwoog dat de waardedaling door de plaatsing van de orac's weliswaar bestaat, maar dat deze niet boven het normaal maatschappelijk risico van vijf procent van de woningwaarde uitkomt. Daarbij werd het Kendes-advies als voldoende onderbouwd en betrouwbaar beschouwd. Andere rapporten boden onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van het Kendes-advies te twijfelen.
De Raad van State concludeerde dat de plaatsing van de orac's een normale maatschappelijke ontwikkeling is, passend binnen het stedelijk beleid en de ruimtelijke structuur. De afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie werd daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van nadeelcompensatie gehandhaafd.